Docent
De lesmethode JUNIOR - enkele karakteristieken
De lesmethode JUNIOR is door ons ontwikkeld voor basisschoolleerlingen met 1 klassikale les Frans per week.
(Groep 7 en groep 8)
Het is belangrijk dat er een methodische opbouw is waarbij herhaling een essentieel gegeven is.
De methode JUNIOR bestaat uit een Livre de Textes en een
Cahier d'Activités .
Livre de Textes
Het Livre de Textes is opgebouwd uit een vijftal Dossiers die bewust bescheiden van omvang zijn.
Het Livre de Textes is het basismateriaal dat in de klassikale les gebruikt wordt.
Cahier d'Activités
In de daarbij behorende Cahiers d'Activités kunnen de leerlingen zelfstandig werken en opdrachten zelf nakijken. Of deze werkwijze gevolgd wordt hangt af van de leerkracht.
Luisteren naar Franse woorden en zinnen, het lezen van korte Franse teksten en het (na)spreken van Frans, het antwoord geven op een Franse vraag wordt vanaf het begin geoefend.
Opdat de Franse woorden en zinnen beklijven worden deze steeds weer herhaald in de verschillende Dossiers.
Spelletjes
Franse woorden en zinnen worden eveneens geoefend door het spelen van taalspelletjes in groepjes of individueel op de computer.
In de Dossiers zit een opklimming van taalmoeilijkheid van receptief taalgebruik naar (re)productieve taalvaardigheid Frans. Eenzelfde opzet vindt men terug in de taalspelletjes.
De leerlingen kunnen de spelletjes zelfstandig spelen. Daartoe zijn de spelletjes in dezelfde kleur uitgevoerd als de Dossiers.
De globale inhoud van de verschillende Dossiers
In de Dossiers komen wisselend het thema huis en school terug; het is steeds het vertrekpunt van de eigen leefwereld (thuis) en de wereld die ontdekt wordt (school). Bij de eigen wereld hoort 'mijn huis, mijn kamer, mezelf voorstellen, huisdieren, kleding, boodschappen doen, gerechten bereiden, hobbies. Bij de wereld die ontdekt wordt, komt de dialoog voor, het leren kennen van Franse gewoontes, het op reis gaan naar Frankrijk, over andere Franstalige gebieden leren.
Dossier 1:
Dossier 2:
Dossier 3:
Dialoog + spel met de kleurenFranse alfabet - De maanden 1 : Beschrijvende tekst + Super à Savoir: Quelle heure est-il?2 : Dialoog waarin kleding het onderwerp is + Super à Savoir: Werkwoorden 3: Beschrijvende tekst over 'Mon anniversaire'.+ handige hulpjesVêtements- o. a. cijfers t/m 60
Dossier 4:
La carte de la Francetemps fait-il ?: verschillende werkwoordsvormen in een dialoogbestellen en afrekenen in het Frans : een recept uitvoeren + Super à Savoir: il faut+ handige hulpjesbij 'Qu'est-ce que tu aimes faire ?'
Dossier 5:
Chanson : 'Où vas-tu passer tes vacances ?' + Super à Savoir : en France, à Parisune carte postale - Franse vakantietekst schrijven: Qui est-ce ? Super à Savoir : il / elleweg vragen - iets te weten komen bij het bezoeken van een Franse stad - Handige hulpjes-réponset/m 100être / avoir / aller
De Dossiers kunnen altijd aangepast worden aan ervaringen vanuit de praktijk. Het is vooralsnog experimenteel materiaal.