Frans op het OVC

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu

Hoe leer je het best ?

Hulp bij het leren

Je kunt woordjes op verschillende manieren leren. Op deze pagina staan een aantal van deze manieren beschreven. Probeer er eens een paar uit, om te zien welke voor jou het best werkt.


Een overhoorprogramma

Het voordeel van woordjes leren met behulp van een overhoorprogramma is dat de woordjes door elkaar gevraagd worden. Net als tijdens de toetsen. Woordjes die je goed beheerst worden niet door het programma herhaald, waardoor je je leertijd efficiënt gebruikt. Je kunt de woordjes ook door de computer laten uitspreken. Zie de uitlegfilmpjes
bij het overhoorprogramma 'wrts'.

 

De kaartjesmethode

 

Maak kaartjes (bijv. 5 x 10cm). Op elk kaartje schrijf je een woordje dat je leren moet. Op de achterkant schrijf je daarna de vertaling (Als je ruimte genoeg hebt is het goed om op de andere kant ook een zin te schrijven waarin het woord gebruikt is.)

  • Je legt de kaartjes op een stapel.

  • Bij elk woord kijk je of je vertaling weet. Weet je het, dan leg je het kaartje op de stapel GOED. Weet je het niet, dan leg je het kaartje op de stapel FOUT. Dit doe je met alle kaartjes.

  • Daarna oefen je het stapeltje FOUT nog een keer. Net zo lang tot het stapeltje FOUT leeg is.

  • Stop daarna alle kaartjes weer bij elkaar en begin opnieuw. Schud de kaartjes van tevoren, zodat je elke keer een andere volgorde hebt.

Wist je dat 'wrts'
woordkaartjes
voor je kan maken?


De handoplegmethode

  • Leg een blaadje op de woordenlijst en schuif het blaadje naar beneden, zodat je alleen het woordje ziet dat je wilt leren.

  • Spreek de vreemde woorden hardop uit (luister eerst naar de goede uitspraak via [Audio] op deze site).

  • Schrijf het woord vervolgens op.

  • Controleer of je het woord goed geschreven hebt. Leer op deze manier de eerste 8 woordjes. Leer ze niet alleen van boven naar beneden, maar ook door elkaar. Vervolgens leer je de volgende 8 en herhaal je de eerste 8. Doe ook dit kris-kras door elkaar! Zo leer je de hele woordenlijst.

  • Schrijf woorden die je er niet goed inkrijgt op een apart blaadje. Vouw het blaadje dubbel en schrijf aan de ene kant het vreemde woord en aan de andere kant de betekenis. Onderstreep het gedeelte van het woord dat je extra moeilijk vindt.


Schrijf de woordjes op.

Als je iets opschrijft, onthoud je het vaak al. Een goede manier om woordjes te leren is een spiekbriefje maken. Doe net of je het wil gaan gebruiken (dus zo klein mogelijk). Je zult zien dat je het niet nodig hebt.


Beelden

Een hele goede manier is ook het maken van voorstellingen in je hoofd bij een bepaald woord. Beelden kunnen je geheugen enorm versterken. Maak op een apart blaadje een kleine tekening bij een woord of maak er in je hoofd een verhaaltje van. Het maakt niet uit of je tekening nergens op slaat. Het gaat er om dat jij het woord onthoudt!


Bedenk context

Maak na een tijdje leren een apart lijstje met de woorden die er maar niet in willen. Zorg ervoor dat je bij die woorden een zin bedenkt. Bijvoorbeeld voor het woord grenier
(zolder) de zin Jean habite au grenier (Jan woont op zolder). Schrijf die zinnen op een apart blaadje. Soms wordt het samen een soort verhaaltje en dan onthoud je ze veel sneller.

 


Spelling

Als je de spelling van woorden moet leren, werkt het goed om ze in stukjes uitgesproken in je hoofd te zetten. Bijvoorbeeld: ascenseur
(=lift): zet dit in je hoofd als as cen seur.

 


Woordnet

Maak voor een moeilijk woord een woordnet, een boomschema of takjesschema, met in het midden het moeilijke woord. Er omheen zet je allemaal woorden die je verbindt met dat moeilijke woord. Bijv. bij anniversaire
(verjaardag) zet je feest, cadeautjes, taart.


Tips:

  • Begin niet de dag voor de toets met leren, maar een paar dagen van tevoren. Maak een planning. Als je op de laatste dag leert, zul je merken dat je de woordjes weer snel vergeet.


  • Sommige mensen onthouden woorden beter als ze ze horen. Daarom is het goed om hardop woordjes op te zeggen als je ze wilt leren.


  • Schrijf de moeilijke woordjes altijd op! Het is niet verstandig om alleen maar de woordjes te lezen. Op de overhoring moet je ze tenslotte ook spellen.


  • Herhaal de woorden veel!


  • Maak spiekbriefjes voor de moeilijke woorden. Schrijf ze met grote letters, zodat je ze ook van een afstand kunt lezen. Plak die briefjes op plaatsen in de kamer waar je vaak komt (spiegel, voeteinde bed, prikbord, wc bijvoorbeeld).

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu